Voorzitter Henk Klein Poelhuis aan het woord

Henk Klein Poelhuis bij aanvaarding van het voorzitterschap van Aannemersfederatie Nederland; Bouw en Infra op dinsdag 22 januari 2008 te Nieuwegein

" Zeer geachte leden,

Graag wil ik u bedanken voor mijn benoeming tot voorzitter van de Aannemersfederatie Nederland. Ik vind het een bijzonder grote eer de eerste Federatievoorzitter te mogen zijn en een zó omvangrijke achterban te vertegenwoordigen. Weest u er van overtuigd, dat ik me voor de volle 200% zal geven om de belangen van uw leden zo goed mogelijk te behartigen.

Wat me zeker ook tot die overtuiging brengt, is dat ik me gesecondeerd weet door 2 voortreffelijke en uiterst gemotiveerde presidiumleden, vice-voorzitter Theo van der Kuil en Gijs Buijs, en een zeer betrokken bestuur en secretariaat.

vlnr: Theo van der Kuil, Henk Klein Poelhuis, Gijs BuijsMet déze mensen in de frontlinie van de belangenbehartiging móet het wel lukken. Ik verheug me ook in hoge mate op de samenwerking met u, als Algemene Ledenvergadering, met daarin de vertegenwoordigers van de dragende organisaties van de Federatie. Dat is een gloednieuw bestuurselement in de geschiedenis van onze koepelorganisaties, maar essentieel om de organisatie dát te laten zijn wat wij allemaal willen dat zij is: van ons allemaal, vol democratisch, een ondernemersclub in hart en nieren, bestuurd vóór maar belangrijker nog, bestuurd dóór ondernemers. Centralisme en concentratie van macht bij enkelen zijn ons vreemd, en dat willen we vooral zo houden. De leden -de organisaties-  zijn de baas, álle leden! De ALV heeft dan ook als belangrijkste opdracht, die verworvenheid tot in lengte van jaren te borgen. Een nieuwe weg

Vorig jaar zijn we geconfronteerd met het overlijden van Ruud van Bergen en Arnold Blonk, twee “grote” mannen in onze wereld die op hun manier al druk bezig waren de fundamenten te leggen voor de Federatie die wij vandaag hebben opgericht. Toen zij nog leefden, was het een kwestie van tijd dat de Federatie het licht zou zien. Dat het zó snel zou gaan, hebben ze nooit kunnen vermoeden. Sarcastisch genoeg heeft hun overlijden er zelfs toe bijgedragen dat alles in een stroomversnelling is geraakt. We móesten immers wel snel een nieuwe weg vinden om verder te gaan. Gelet op hun grote verdiensten en visie die mede tot de oprichting van de Federatie hebben geleid, zou ik deze dag graag aan Ruud en Arnold willen opdragen. Ik ga er vanuit, dat u dit van harte onderschrijft.

De Aannemersfederatie als verlengstuk

De afgelopen maanden hebben we onder regie van Jan Seveke keihard gewerkt om de Federatie tot stand te brengen. Een Werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van onze achterbannen heeft zich de tanden stuk gebeten op leuke, zoals het logo, en taaie kost, zoals de statuten. En omdat taai nou altijd minder dankbaar is dan leuk, wil ik hier graag een compliment maken aan Henk de Koning, die zich met ziel en zaligheid op de rijstebreiberg van kleine lettertjes, addertjes onder het gras en potentiële twistappels heeft gestort. Het was een ware heksentoer, maar Henk heeft de zaak tot een meer dan goed einde gebracht.

De Werkgroep is er in korte tijd in geslaagd om drie aannemersblokken en –blokjes, die ogenschijnlijk weinig overeenkomsten hadden en elkaar pas in 2006 en bij toeval hadden leren kennen, tot één hecht reuzeblok samen te smeden. Met volledig behoud van ieders identiteit en profiel, want dat was een  uitgangspunt waar alle partijen zich in vonden.

Dat laatste is naar mijn mening cruciaal; de Federatie is geen substituut voor de brancheorganisaties, maar hun verlengstuk. Een verlengstuk dat bindt en verbindt; gezamenlijke belangen behartigt, informatie verstrekt, ondernemers van waardevolle adviezen voorziet, de brancheorganisaties helpt en stimuleert zich verder te professionaliseren en te profileren, en niet in de laatste plaats een missie draagt, een missie die de moeite waard is op alle plekken en onder alle omstandigheden uitgedragen te worden.

Missie 

De Federatie ziet het als haar missie het kleine en middelgrote aannemersbedrijf die plaats in bouwkolom en maatschappij te geven, die recht doet aan het eminente belang van deze bedrijven. Dit belang reikt immers veel verder dan alleen het eigen belang. Ga maar na: we scheppen tienduizenden banen, we zetten onze grote vakkennis in voor plezierige, fraaie en veilige woon- en werkomstandigheden, we zijn aanjager van tal van vormen van dienstverlening en we zijn, ik schroom niet dat te zeggen, letterlijk én figuurlijk het cement in en van de samenleving. Veel van onze bedrijven huisvesten of werken immers daar, waar die samenleving vaak het hardst in z’n voegen kraakt.

Het komt mij voor dat we dit soort zaken veel harder van de daken moeten schreeuwen (gelukkig weet ik daarbij Jan Weijers aan mijn zijde). Want ook dat moet me van het hart: we zijn veel te bescheiden! We zeggen nooit wat we écht zijn en kunnen; nooit tegen opdrachtgevers en grote hoofdaannemers dat ze eens naar ons moeten luisteren in plaats van andersom.

Ik acht het daarom onze missie dat eigen geluid veel vaker en krachtiger te laten horen. Maar dat houdt ook in dat u, als onze vertegenwoordigers, over kennis en maatschappelijke betrokkenheid beschikt en een brede visie kan ontwikkelen. U zult ook robuust en vol zelfvertrouwen uw steentje aan de uitvoering van die missie bij moeten  dragen. We moeten absoluut af van die afhankelijkheid, van dat calimero-achtige, van die horigheid zou ik bijna willen zeggen. Gelet op onze vakkennis zijn wij de bouw-vakregisseurs van de toekomst! En dat is bepaald geen loze kreet.

Gelijkgestemd en betrokken 

De GA-brancheorganisaties, MKB Bouw en MKB INFRA hebben elkaar binnen een paar maanden gevonden in wat bindt en verbindt, in een duidelijke en krachtige missie. Op zakelijke gronden, maar ook op grond van idealen, van gelijkgestemdheid, en dat alles in de volle overtuiging dat de ondernemers en hun brancheorganisaties centraal staan, dat zij moeten zeggen wat er dient te gebeuren, op alle plaatsen waar onze belangen in het geding zijn.

Ons –professionele- secretariaat zal u en ons daarin ondersteunen. Gelet op hun grote betrokkenheid en inzet, kennis en netwerken verwacht ik daar veel van. Samen met het secretariaat zullen we de komende maanden een beleidsagenda maken die klinkt als een klok, en een zodanig indringend en creatief communicatieplan opstellen dat niemand meer kan zeggen: nooit van gehoord…wa’s dat?

CAO 

Een paar aanzetjes. Voor je het weet staat het CAO-seizoen al voor de deur. Op dit moment zijn kleinmetaal en politie aan de beurt, wat niet geheel onopgemerkt gaat zoals u weet. Zó dus liever niet. Maar je weet maar nooit.

Bij het sluiten van onze huidige CAO hebben we gelukkig heel verstandig gezegd; geef onze mensen er flink wat bij, daar hebben ze recht op. Per slot van rekening staat niet iedere jongere te trappelen om in de bouw te gaan werken. En dit is nog een understatement. Maar met dat in het hoofd hebben we de ogen even gesloten voor al die duizenden lichtjes die onze CAO tot de mooiste kerstboom van Nederland hebben gemaakt. Daar móeten we nu wat aan gaan doen; per slot van rekening wordt iedereen en alles geacht op energie te besparen, dus waarom geen kerstbomen?

Maar ook de arbeidsomstandigheden verdienen meer dan onze aandacht; veiligheid in de bestekken, de Arbo-catalogi, tilnormen, je kunt het zo gek niet bedenken. Wat belangrijk is, is dat er inmiddels  twee zware achterbancommissies in de maak zijn; een CAO-commissie en een arbo-commissie.
Dan heb ik het nog niet over zaken als buitenlandse werknemers en z.z.p’ers…, zaken die bij de achterbannen heftig leven.

Aandacht voor scholing

Een ander hoofdpunt van beleid zal zonder enige twijfel worden scholing van jongeren en het openbreken van de arbeidsmarkt. Naar mijn stellige overtuiging ligt hier een opdracht die we buitengewoon serieus en zeker creatiever dan in het verleden moeten vervullen. In dat kader zijn we bezig om BGA Nederland dichter naar ons toe te trekken en voor al onze organisaties open te stellen.

Infrastructuur 

Bijzondere aandacht zullen we hebben voor de infrastructuur en de rol en positie die onze bedrijven daarin kunnen vervullen. Infrastructuur is nog veel te veel het domein van de enkeling, die de kruimels verdeelt onder de laagst-biedenden. In een tijd dat overheden meer aandacht krijgen, daartoe mede door ons aangezet, voor kwaliteit, duurzaamheid en integrale ketenbenadering, ontstaat een klimaat waarin ons type bedrijven beter aan de bak kan komen. Zaak is natuurlijk wel dat de bedrijven zich beter bewust zijn van eigen kunnen en meer lef tonen daar voor uit te komen.

Contacten met TNO en Syntens kunnen daar hun steen aan bijdragen.
Sprekend over die beide innovatie-organisaties, doet het me veel deugd te kunnen melden dat onze wederzijdse relaties zó goed zijn dat de leden-organisaties en hun ondernemers maximaal kunnen profiteren van de daar aanwezige kennis. Dat is echt geen overbodige luxe, want als wij een hoofdrol willen spelen in de bouwkolom, zullen we ons ook als hoofdrolspeler moeten manifesteren. U weet het: noblesse oblige…

Geen half werk

Ik heb maar een kleine greep gedaan uit de zaken die we moeten oppakken, of liever gezegd zouden kunnen oppakken. Want voor één ding moeten we waken: dat we ons overeten. Niet alles tegelijk; beter drie dingen goed en tot op de bodem, dan tien maar zo’n beetje. Een half bouwwerk is geen bouwwerk, een kop zonder staart is een domkop. Dus zeg ik nu niets over milieuwetgeving en fijnstof, over energiebesparing, over administratieve lasten, en wat al niet. We zullen zorgvuldig moeten kijken in welke commissies we gaan zitten, met wie we wel praten en met wie niet.

Belangrijke gesprekspartner 

Het zal u plezier doen te horen dat de politiek er in ieder geval naar uitziet zaken met ons te doen. Ook politici zijn gevoelig voor ondernemers die het hart op de tong hebben en niet aankloppen met dubbele bodems of dreigementen dat ze anders Nederland verlaten…

Ik stip dit overigens niet voor niets even aan. Want houdt u er maar rekening mee dat de Federatie als gesprekspartner populair wordt. We zullen bij veel dingen betrokken worden en veelvuldig zal onze mening worden gevraagd. Het is maar dat u het weet. We willen toch gehoord worden?!
Voelt u ‘m? Ik leg de bal bij u. U zult ons moeten voeden, of, om dicht bij huis te blijven, u zult de bouwstenen moeten aandragen. Met de oppertechnieken van nu moet dat geen al te zware opgave zijn. Eerlijkheidshalve moet ik er bij zeggen dat onze achterbannen daar in het verleden niet altijd even sterk in zijn geweest. Gelooft u mij, dat moet echt anders! We kunnen ons niet altijd maar verschuilen achter “geen tijd”. Als we nú niet in onszelf investeren, komen we nooit boven.

Tot slot

Ik sluit af met een kant van de Federatie die voor mij zeker zo belangrijk is als de buitenkant die ik zojuist schetste. U raadt het al, de binnenkant. Als de brancheorganisaties groeien, groeit de Federatie en groeit ons aller invloed. Maar ook los daarvan is het cruciaal dat de brancheorganisaties sterker en interessanter worden. Ik ben er van overtuigd dat er nog een wereld te winnen is.

Te denken valt aan meer aandacht voor techniek en innovatie, een betere en vooral bredere implementatie hiervan, betere aansluiting op scholing en arbeidsmarkt, kennis-contacten met producenten, leveranciers en afnemers, etc. De brancheorganisaties zullen meer oog en oor moeten hebben voor hun omgeving, willen ze aantrekkelijk blijven voor nieuwkomers. Ik acht hier echt een grote slag noodzakelijk. Naar mijn mening zal de Federatie deze professionaliseringsslag van harte moeten ondersteunen en faciliteren. Daartoe zullen alle bestaande en nieuwe netwerken worden ingezet. In dat verband herhaal ik nog maar eens: de Federatie wil de brancheorganisaties niet inkapselen, maar juist de ruimte bieden zich maximaal te ontplooien en te profileren. Dan heb je echt toegevoegde waarde voor elkaar.

Dames en heren, borrel en buffet lonken. Laat dit een start zijn van vele goede discussies, discussies waarin we het lang niet altijd met elkaar eens hoeven te zijn. Liever niet zelfs. Als het maar bijdraagt aan een betere positie van onze achterbannen, en niet te vergeten een royalere boterham.

Als dat geen goede aanleiding is om op te toasten… "